Categorie archief: In vrije vorm

illusie

plaveien tellen stappen
ik doe ze maal twee
de zon wijst bloemen aan
even blijf ik staan en ruik
hoe ik in je gedachten geur

samen speuren we
elk op zijn breedtegraad
naar overvliegend tuig
dat witte winden laat
in het blauw

ik knoop het vliegertouw
waaraan ons huis
te wapperen hangt
rond mijn brievenbus

ik zie het gordijn bewegen
en zwaai met beide armen
mijn schaduw wuift terug

1 november

1 novemberZoals elk jaar zoeken in de lanen
naar haar leegstaand rijtjeshuis.
Het is al lang niet meer de verse kuil,
de omgewerkte aarde, de bouwput
van mijn wolkenkrabbend verdriet.

Ik plaats het bloemstuk met chrysanten
op de marmeren stoep.
Dit huis is doods,
hoewel er licht brandt in de lantaarn.

Ze was nooit de porseleinen foto, die ik koos.
Ze is de handtekening op elk vergeeld schoolrapport.
Ze is mijn handgebreide trui, modieus…
zo’n twintig jaar geleden.
Ze is het zelf geschreven reçuutje “ijscreem 10 frank”
uit het presmileytijdperk.
Ik weet niet meer welk studievak,
toen ze dat ijsje naar mijn kamer bracht,
en of ik haar de dikke fooi gegeven heb
die ze verdiende.


(die twintig jaar geleden zijn er ondertussen al een dertigtal…)

Meisje met de parel

In het kader van gedichtendag 2013 was de vereniging ‘Vrienden van de Hofvijver’ op zoek naar gedichten over het ‘Meisje met de parel’ van Johannes Vermeer. Een selectie uit de inzendingen (waaronder ook mijn gedicht) werd tentoongesteld in de centrale bibliotheek van Den Haag.

Na een verbouwing van twee jaar heeft het Mauritshuis in Den Haag op vrijdag 27 juni 2014 zijn deuren weer geopend. De wereldberoemde collectie schilderijen, waaronder het Meisje met de parel, is sindsdien weer te zien in het volledig gerenoveerde en uitgebreide museum. Onlangs kwam mij nog een column onder ogen over de heropening (geplaatst op de website van RTV Papendrecht) waar mijn gedicht en dat van mijn goede vriend Daan de Ligt werden gekozen als illustratie hoe “het ‘Meisje met de parel’ van Vermeer schrijvers van verzen weet te inspireren”.

klik hier om de column te lezen
Jammer genoeg heeft de schrijver mijn laatste woord – “genegenheid” – vervangen door een woord dat er enkel fonetisch, maar niet qua betekenis, op lijkt. Hieronder staat de correcte tekst.

Meisje met de parel

onmogelijke liefde - Daan de Ligt

Aarzeling

Wat vertrouw je de arm toe
die aarzelt?

Je nieuwe jas, je zware tas?
De doos gezelligheid-met-slagroom?
Je herinneringen van kristal
of porseleinen twijfel over later?
Je evenwicht
bij het nemen van een hindernis?

Of slechts wat reeds gebroken is.

24 februari 1990

ze was zo oud als ik nu ben
toch leek zij ouder, toen,
door de kwieke ogen van de jeugd

wij liepen sedert lang in een doodlopende straat
ik dacht dat zij het wist
we hebben er nooit over gepraat
ik heb haar deuren aangewezen
waarachter knusse kamers en daarachter zonnige tuinen
met een zetel waarin zij kon zitten
zoals men voor een kind een sprookje voor zou lezen
ze knikte, deed alsof ze me geloofde

soms bleef ze zelf staan voor een huis waar ze wou rusten,
op krachten komen
dan knikte ik, als waren het gedeelde dromen

dat elke deur op slot zou blijken
werd door ons nooit uitgesproken
zij ging voorop, ik zwaaide nog,
wetend dat zij niet meer om zou kijken

Mille feuilles

ze buigt zich weer over een millefeuille
haar specialiteit dit jaar
er schort iets aan haar kerstgebak, vindt ze
voor oudejaar ziet het er niet beter uit:
dezelfde bestelling werd reeds lang geplaatst

dag na dag vroeg uit de veren
– dat is toch wat bakkers doen? –
wat ziet ze bleek, bijna doorzichtig

na zoveel weken komt de tijd
waarin haar nu en dan gevraagd wordt
dit of dat te presenteren
uit de toonbank van haar hoofd
het lukt haar wonderwel

later krijgt ze het bewijs
dat haar zaak goed draait
ze herademt,
draait glimlachend het bordje om
dat aan haar deur hangt:
                        OPEN
       (2e semester 1e bachelor)

Zie ginds komt nog lang niets

Sinterklaasje bonne bonne bonne
zingt hij zachtjes
voor zichzelf, niet voor de klanten
die drukdruk hun winkelkarren vullen

hij sluipt rond de grote metalen korf
met al-di(e) lekkernijen op ooghoogte
leg wat in mijn lege lege tonne
de chocolade smelt bijna onder zijn begerige blik

Sinterklaasje bonne bonne bonne
zijn handjes glijden langs de rand
weet hij veel hoe lang nog
straks kan hij het mama vragen
maar eerst nog een rondje langs de mand
leg wat in mijn lege lege tonne

het is de vijfentwintigste
september

Geest

grijze wagen
grijze wegen
grijze luchten
grijze zuchten
mijn animo kwijt

koeien van letters op de vrachtwagen die voor me rijdt
terwijl ik inhaal, betast ik de flank van het beest
lees nogmaals

GEEST

wanneer ik er voorbij ben
spiegelt zich met spijt een man van vlees en bloed

maar de geestige lach onder zijn motorkap
maakt alles goed